BLOG’s

Blog 7 – Interview

De kunst van het genieten

Net na mijn terugkomst van de Carstensz Pyramid, in januari dit jaar, kreeg ik de vraag of ik mijn ervaringen van het bergbeklimmen wilde delen in een interview met André van der Gun en Els Peek, radio programmamaker bij de KRO-NCRV. Dat leek me een geweldige mogelijkheid om mijn verhaal met een groter publiek te delen. André en Els zijn bezig met een 12 delige serie waarin de kunst van het genieten wordt belicht. Ze gaan langs bij verschillende mensen met uiteenlopende interesses en gaan op zoek naar de kern van hun passie. Waardoor is die voorliefde voor die passie ontstaan? Wat gebeurt er bij het uitoefenen van die passie? Welke verrijking brengt die passie en hoe vertaalt zich dat in het dagelijks leven?

Na een geanimeerd gesprek bij mij thuis is er een mooi interview uitgekomen dat goed verwoord wat er in de bergen met me gebeurt en wat dat met me doet. Daarnaast leg ik uit hoe ik die ervaring in de bergen ook mee terugneem naar Nederland en hoe ik die ervaring probeer toe te passen in mijn werk en dagelijks leven. Ik beschrijf onder andere de stap uit mijn comfort zone die me naar het bergbeklimmen heeft geleid. Die stap heeft me ondertussen zoveel meer gebracht dan ik ooit van tevoren had kunnen dromen dat ik iedereen toewens om eens zo’n stap te ondernemen. Probeer eens iets dat je al heel lang heel graag wilt maar waar je altijd een lichte angst voor hebt gehad. Je zal zien dat als je de stap alleen al onderneemt je de angst die je er van tevoren voor had exponentieel terug krijgt in geluk en voldoening.

Hier kan je het interview (26 minuten) over het bergbeklimmen op je gemak terug horen: In gesprek met bergbeklimmer Wilco Dekker

 


Wilco Dekker – Denali, Alaska 2017

Tot de volgende blog!
Wilco

Blog 6 – Rugby

Vaardigheden voor het expeditieklimmen
Er zijn verschillende vormen van bergbeklimmen. Ik wil me hier met name richten op het expeditieklimmen waarbij je zowel te maken hebt met je eigen individuele vaardigheden maar ook de steun van een heel team nodig hebt om je uiteindelijke doel te kunnen behalen. De brug naar rugby is dan makkelijk geslagen. Daar geldt exact hetzelfde.

Ik heb van 1999 tot en met 2011 bij Rugbyclub ‘t Gooi gespeeld in Naarden. Op dat moment nog een goeie tweede klas amateur club waar in 2000 het roer omging met als doel Nederlands kampioen te worden. Dat is uiteindelijk in 2009 gelukt waarbij het eerste team de Nederlandse titel veroverde en het tweede team op dezelfde dag de Beker finale won. Rugby is voor velen een nog redelijk onbekende sport maar zit de laatste jaren enorm in de lift. Het is niet mijn bedoeling om alle regels uit te leggen maar ik wil graag de diversiteit en saamhorigheid binnen een team benadrukken in deze blog. Dit is namelijk iets dat bij het expeditieklimmen ook terug komt.

Het rugbyteam
Een rugbyteam bestaat uit 15 man waarvan er 8 zware, stevige, uit de kluiten gewassen figuren de voorwaarsten vormen en 7 wendbare, snelle atleten de driekwartlijn voor hun rekening nemen. Iedereen heeft in het veld een eigen individuele taak en iedereen is afhankelijk van elkaar om de bal in het team te houden en te kunnen scoren. Naast de eigen vaardigheden wordt er ook met patronen gewerkt waardoor je elkaar blindelings leert vinden. Samenwerken is een must om de tegenstander te slim af te zijn en ze te kunnen verslaan. Op het veld kennen alle spelers respect voor de referee die het spel leidt (dit in tegenstelling tot veel voetbalwedstrijden). Eenmaal in de wedstrijd speelt alles zich af op het scherpst van de snede, maar na het laatste fluitsignaal wordt er, met de tegenstander die net daarvoor nog door de modder werd getrokken, net zo gezellig een biertje gedronken en luidkeels meegezongen.

De vergelijking
Mijn 12 jaar rugby hebben me een hoop geleerd over vechtlust, kameraadschap en steun. Over je eigen kunnen, over doorzettingsvermogen en niet opgeven. Over blind vertrouwen in je team, de rol van de coach en het technisch team. Maar ook de rol van de verzorgers, de trainers, de sponsoren, de materiaalman, de veldbeheerder en de steun van het thuisfront en supporters. Iedereen is belangrijk om het doel te halen wat je met het team hebt gesteld. Dit is met het expeditieklimmen niet anders.

Het expedititeteam
Een relatief kleine berg kan je nog alleen beklimmen maar als je in de hoogste league wilt klimmen kan je daar alleen maar met een team naar toe. Je stelt een expeditie samen om de taken te verdelen en de beste mensen voor de beklimming te vinden. Ook hier is er een team van uiterst fit getrainde klimmers nodig die allemaal de top willen bereiken, die dezelfde focus hebben. Zij zullen al hun energie nodig hebben om de meters omhoog te maken en om de hoogte en de zuurstofarme lucht te trotseren. Daarnaast is er een expeditieleider nodig, een weerkundige die het weer nauwlettend in de gaten houdt, personen die de tenten verzorgen en het eten bereiden. Er zijn sherpa’s die helpen de lasten te dragen. Als één van deze personen zijn taak niet volbrengt stagneert de keten en zal niemand de top halen. Team effort en goede samenwerking zijn cruciaal binnen een expeditie.

Meerwaarde
Het besef dat iedereen een eigen taak heeft tijdens de expeditie creëert een afhankelijkheid naar elkaar. Eerlijkheid en respect zijn daarbij belangrijke verbindingsfactoren. Maar als de samenwerking optimaal verloopt en iedereen zich aan de afspraken houdt dan geeft jouw inzet en de inzet van alle andere teamleden een overtreffende meerwaarde. Die waarde lig veel hoger dan de uitkomst van alle individuen apart bij elkaar opgeteld. Een goed samengesteld team is goud waard. De kunst is om de juiste spelers te vinden. Ik heb rugby in mijn hart gesloten en vind het een geweldige sport, in al zijn facetten. Ik zal op mijn tocht naar de top van de Mount Everest het clublogo zichtbaar trots meedragen.

Een team krijgt meer voor elkaar dan de som van alle individuen!

Tot de volgende blog!
Wilco

Blog 5 – Acclimatiseren

In deze blog meer over de verschijnselen op grote hoogte en de keuzes die daar bij komen kijken.

Acclimatiseren

Om de berg te beklimmen trekt de gemiddelde expeditie 60 dagen uit, ofwel 8,5 weken om te acclimatiseren en de top te kunnen bereiken. Deze periode is nodig om je lichaam te laten wennen aan de zuurstofarme lucht. Hoe hoger op de berg des te ijler de lucht en des te minder zuurstof er aanwezig is. Om een idee te geven:
– Op 5500 meter hoogte is de druk 50% afgenomen
(nog maar 50% zuurstof t.o.v. zeeniveau)
– Op 8.848 meter hoogte is de druk 70% afgenomen
(nog maar 30% zuurstof t.o.v. zeeniveau)

Zodra je lichaam registreert dat er onvoldoende zuurstof in de lucht zit begint je lichaam met de aanmaak van extra rode bloedlichaampjes waardoor de opname van zuurstof wordt verhoogd. Dit kost tijd en om goed te acclimatiseren wordt in het algemeen de regel gehanteerd om niet meer dan 300 meter per dag te stijgen. Doe je dat toch dan wordt de kans op hoogteziekte steeds groter. Ook daarover in één van de blogs later meer. Daarnaast wordt boven de 5.500 meter de zuurstof zo schaars dat de rode bloedlichaampjes dit tekort niet meer kunnen opvangen. Je lichaam gaat vanaf dat moment ook bepaalde lichaamsdelen minder zuurstof leveren. Een voorbeeld daarvan zijn je maag en je darmen. Een nadeel is dat doordat je maag en darmen minder zuurstof krijgen ook de productiviteit af neemt en wordt er minder voedsel verbrand. Om toch aan energie te komen (op die hoogte heel belangrijk) gaat je lichaam vetten en spieren verbranden. Dat is de reden dat je op grote hoogtes altijd in gewicht afneemt en verzwakt. Ook wordt door de extra rode bloedlichaampjes je bloed dikker en stroperiger en kan het bloed niet makkelijk meer in alle haarvaatjes komen. Dit is met name bij je extremiteiten (vingers, tenen, neus, oren) snel voelbaar doordat je bloed hier niet meer  voor de natuurlijke opwarming kan zorgen en bevriezingsverschijnselen (‘frostbite’) sneller kunnen optreden.

Balans

De moeilijkheid is om genoeg tijd te vinden om te acclimatiseren en hoogteziekte te voorkomen maar ook om niet te lang op die extreme hoogte te blijven omdat je lichaam daardoor steeds zwakker wordt. Om die reden wordt er diverse keren teruggekeerd maar het Basecamp (op de Noordcol is dat 5.600 meter) omdat daar je maag weer redelijk functioneert en je ook weer aardig kan slapen (op grote hoogte val je niet meer in een diepe slaap en onstaat de kans op slaap deprivatie).

Zone des doods

Het lastigste stuk van de route ligt boven de 7.500 meter. Vanaf deze hoogte wordt het gebied als de ‘Zone des doods’ aangeduid. Boven deze grens zit er zo weinig zuurstof in de lucht dat het lichaam dit niet meer kan compenseren. Alle lichaamsdelen zullen langzaam in functionaliteit afnemen (zelfs tijdens je slaap) en uiteindelijk afsterven. De mens kan maximaal 3 dagen in deze zone verblijven en moet dan weer onder de 7.500 meter zakken. Een lichaamsdeel dat ook minder zuurstof krijgt zijn de hersenen. Een gevolg is dat de snelheid van denken afneemt en te lange blootstelling aan te ijle lucht zal resulteren in kinderlijk gedrag en onverantwoordelijke handelingen (gevaar is niet meer herkenbaar).

Genoeg redenen om een goed acclimatisatie schema op te stellen en te blijven volgen. Het schema zoals ik de Mount Everest wil gaan beklimmen ziet er als volgt uit:

Extra zuurstof of niet?

Ongeveer 200 mensen hebben de Everest zonder zuurstof beklommen (2,5% van het totaal). Ik heb net als de andere 97,5% van de voorgaande klimmers besloten om bij mijn beklimming ook extra zuurstof te gebruiken.  Tot 7.900 meter loop je in dat geval nog zonder zuurstof maar het laatste stuk naar de top wil ik geen onverantwoord risico nemen. Het risico dat er iets mis gaat en kans op overlijden is vele malen groter als je de Mount Everest het laatste stuk zonder zuurstof probeert te beklimmen. Voor mij is het doel met name te ervaren wat er bij komt kijken en wat er gebeurt om het hoogste punt van de wereld te bereiken. Het gebruik van extra zuurstof is voor mij een afgewogen keuze om het risico op overlijden te minimaliseren en toch die ervaring te kunnen meemaken.

Het geeft wel aan dat er bij de beklimming van de Mount Everest heel veel komt kijken en dat er veel facetten zijn waar je rekening mee moet houden om de risico’s zoveel mogelijk te beperken.

Tot de volgende blog!
Wilco

Blog 4 – Werken bij AzG

Iets meer over mijn werk bij Artsen zonder Grenzen

Bij Artsen zonder Grenzen werken niet alleen maar artsen maar ook collega’s die de ondersteuning voor hun rekening nemen zodat de artsen ongehinderd hun werk kunnen doen. Denk hierbij aan gebieden in de Administratie, Supply-Chain en Techniek.

Van september 2011 tot en met april 2013 heb ik als Technisch Logistieker bij Artsen zonder Grenzen gewerkt. Twintig maanden in midden Afrika, waarvan een Mazelen vaccinatie campagne in Kikondja (DRC Zuid-Congo), een ziekenhuis missie in Mweso (DRC Congo Noord-Kivu) en een ziekenhuis missie in Boguila (Centraal Afrikaanse Republiek).

Als Technisch Logistieker was ik verantwoordelijk voor:
– Een lokaal team van 40 Congolezen
– Electriciteit en generatoren
– Computers en serverfarms
– Communicatie, walkietalkies en satelliettelefoons
– Auto’s en onderhoud (4×4 Toyota’s)
– Veiligheid en security
– Bouw en onderhoud van gebouwen
– Vervoer en transport
– Onderhoud technische ziekenhuis apparatuur
– Sleutels en technische voorraad beheer

Een grote diversiteit van activiteiten in een land waar onderdelen slecht verkrijgbaar zijn en waar processen en procedures heel anders werken dan bij ons in Nederland en waar de werk ethiek ook anders wordt gezien. Een belangrijke les die ik heb meegekregen is om niet direct alles te veranderen maar het eerst een tijd aan te kijken hoe de lokale manier van werken er aan toe gaat. Voor alles is vaak een goede verklaring te vinden waarom men het in een andere cultuur anders doet dan wij gewend zijn. Aanpassen aan lokale gebruiken is hier het toverwoord. Respect voor de cultuur.

Ik ben van mening dat een goede samenwerking gepaard gaat met een goede integratie. Dat betekende de Franse taal machtig worden, de 40 namen van mijn team leren, zelf meedoen met lokale activiteiten, veel overleg en persoonlijke interesse tonen. Het loont om eerlijk te zijn. Dat duurt het langst en schept een band.

Het leven is primitief en niet zo veilig als in Nederland. Geen stromend water, geen warm water, een gat in de grond voor het toilet, een avondklok, een schuilkelder, een compound met muren en prikkeldraad, slangen/spinnen/schorpioenen, 24×7 met 10 expats op één locatie, alleen je eigen slaapplek. Door al deze omstandigheden ontstaat er een intense vriendschap, een andere kijk op veel dingen en krijg je veel waardering voor kleine dingen die in overvloed aanwezig zijn in Nederland. Wat me vooral opviel is dat de mensen hier met heel weinig toch heel gelukkig zijn.

Ik heb talloze voorbeelden van het dagelijks leven in deze landen. Ik vind het geweldig om met de kennis die je hebt iets te kunnen bijdragen in een werelddeel waar men die kennis nog niet bezit. Delen van kennis en informatie is een geluksmaker, helemaal als je ziet dat een ander daar iets van leert.

Spreek me eens aan als je meer wilt weten of kijk eens op de site van Artsen zonder Grenzen.

Tot de volgende blog,
Wilco

Blog 3 – Mijn doel

Hi, welkom! Ik heb er voor gekozen om deze reis niet alleen te maken. Ik had een sterk gevoel om deze reis naar de top van de wereld te verbinden aan een organisatie waar ik veel respect voor heb: Artsen zonder Grenzen.

Ik zal in een komende blog iets meer uitleggen wat ik bij Artsen zonder Grenzen heb gedaan en wat dat werk met je doet. Ik merk dat er veel overlap zit in de missies die ik daar heb gedaan en de expedities die ik tegenwoordig onderneem.

De overlap zit met name in het duidelijke doel, de eenvoud van leven, de tijd voor reflectie, het toeleggen op wat je echt wilt doen. Voor mij was het duidelijk dat ik deze bijzonder beklimming niet zonder Artsen zonder Grenzen wilde doen.

Mijn doel is dan ook om voor elke hoogtemeter een euro op te halen en zodoende in ieder geval 8.848 euro op te halen voor Artsen zonder Grenzen. Voel jij je aangetrokken, geinspireerd en wil je me mentaal steunen? Ga dan naar de actiepagina van Artsen zonder Grenzen.

Tot de volgende blog,
Wilco

Blog 2 – Grenzen aan de Top

De achtergrond van ‘Grenzen aan de Top’

In de zomer van 2016 werd ik benaderd door de redactie van TEDx Gooise Meren. Ze hadden gehoord van mijn beklimmingen en ik was net terug van de beklimming van de Aconcagua, de hoogste berg van Zuid-Amerika met 6962 meter hoog. Of ik mijn verhaal en ervaringen wilde delen voor een geïnteresseerd TEDx publiek.

Ik wist dat ik dit moest doen maar voelde ook een gezonde angst. Hoe zorg je ervoor dat het geen chronologische opsomming wordt van je activiteiten maar dat het een rond inspirerend verhaal wordt met een pakkende kern? Althans zo wilde ik dat graag gaan invullen. Ik ben samen met Frits Bussemaker (mijn TEDx begeleider) aan de slag gegaan om de kern van mijn verhaal te zoeken. Wat was voor mij de essentie van het bergbeklimmen dat tegelijkertijd als metafoor zou kunnen dienen voor activiteiten die andere personen als passie hebben?

Ik kwam achter 2 belangrijke ervaringen bij mijn beklimmingen:

  1. Ik had de keuzes van al mijn beklimmingen zo gekozen dat elke berg een nieuwe uitdaging had. Elke berg had iets nieuws wat buiten mijn comfort zone lag en waar ik een lichte, maar niet onoverkomelijke, angst voor had. De angst was te overzien en te overkomen door te trainen, te lezen, te oefenen en er over te praten. Door zelfvertrouwen op te bouwen verdween de angst. Na de uiteindelijke beklimming ontpopte zich elke keer een geweldige euforie, een mix van voldoening en geluk die exponentieel groter was dan de angst die ik er van te voren voor had gevoeld. Dat sterkte me in de beslissing om door te gaan naar een volgende berg. Een lichte angst was geen probleem, eigenlijk meer een wens en voorwaarde omdat ik nu weet dat je er exponentieel meer voldoening en geluk voor terug krijgt. Het gaat dan nog niet eens zozeer om het daadwerkelijk halen van je doel maar om het ondernemen van de activiteit. Alles start bij het ondernemen van de reis.
  2. Ik merkte dat de grens die ik mijzelf stelde bij het beklimmen van een top op dat moment de top van mijn kunnen symboliseerde. Maar dat bij het behalen van de top die grens verdween en er een nieuwe grens aan de horizon verscheen. De grens van een volgende top. Dat zette me aan het denken en wierp de vraag op: Zijn er grenzen aan de top?

Met deze ervaringen ben ik de TEDx ingegaan en heb ik mijn verhaal verteld nog niet wetende wat volgende stap of top zou worden. Het is me ondertussen duidelijk geworden dat ik niet meer om de Mount Everest heen kan.

Met magische groet,
Wilco

Blog 1 – De start van een avontuur!

Goed je hier te zien! Mooi om deze eerste blog te posten.

Ik wil op deze plek al mijn blogs neerzetten en met jullie delen. De blogs zullen verschillende aspecten belichten waar ik in de voorbereiding mee te maken krijg en hoe ik deze aanloop beleef. Het zal niet alleen over het klimmen gaan maar ook over het contact met de media, zoeken van sponsoring, samenwerking met Artsen zonder Grenzen, de mensen die ik ontmoet en waarom ik dit wil gaan doen.

Ik wil iedereen graag met dit avontuur inspireren en meegeven dat iets dat ogenschijnlijk onmogelijk lijkt toch binnen je bereik kan komen. Niets komt vanzelf en ik weet dat dit een lang traject wordt met veel training en inspanning om fysiek en mentaal sterker te worden. Maar ook de vele extra uren die er in gaan zitten om aandacht te vragen voor het goede doel van Artsen zonder Grenzen en het najagen van het bedrijfsleven om interesse te wekken voor deze unieke tocht naar de top van de wereld. Hoe gaaf is het als ik jouw bedrijfsnaam/logo naar de top van de wereld kan brengen!

Abonneer je hier op de nieuwsbrief, dan krijg je automatisch bericht als er een nieuwe blog verschijnt: Abonneer je op de mailing

Ik hoop jullie hier vaak terug te zien.

Tot de volgende blog,
Wilco